HOOFDSTUK 4 ....hanging party....

 

De president-directeur heeft een commercieel assistent aangetrokken en dit brengt alom grote opschudding teweeg, want de jongeman heet Postma noch Pietersen, doch Paul de Vries en Nico jr. is zijn vader!

Nou, dat is me wat. De oudere de Vries neemt begin ‘87 een weloverwogen beslissing, die ook te zijner competentie is. Zijn oude “studievader” Schmelzer gaat daarin met hem mee. De twee andere commissarissen ontraden het besluit ten sterkste. Zij vinden het niet verstandig, omdat het wellicht misverstanden kan opwekken bij aandeelhouders. Overigens geven commissarissen onmiddellijk toe dat deze aanstelling een directie-aangelegenheid is en zij daarmee dan ook geen directe bemoeienis kunnen en willen hebben. Bovendien gaan betrokkenen akkoord met een aflopend éénjarig contract en zal de benoeming geen rol spelen bij mogelijke verkooponderhandelingen.

Nu vindt er, vlak voor de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van eind april 1987, een bespreking plaats tussen Schmelzer, Nico de Vries jr. en mr Frans Bakx op instigatie van de laatste. Deze dringt aan op grotere voortvarendheid bij het onderzoek naar de verkoop van de aandelen en heeft daar ook wel gelijk in. Eigenlijk is er nog niet veel anders gebeurd dan een waardering door de eigen accountant: “Een bandbreedte van ƒ 12 - 22 miljoen. Wat moet je daar nou mee?

Bakx doet wat voorstellen hieromtrent, maar gaat ook uitvoerig  in op de benoeming van Paul de Vries. Hij brengt hiertegen wat onsamenhangende en kromme argumenten ter tafel. Weet hij veel. Waar het hier echter om gaat is een onthullende opmerking van de president-commissaris. Deze acht het namelijk verstandig om de benoeming van Paul de Vries in de komende AvA aan de orde te stellen. Doen de directie dit niet dan kan dit door aandeelhouders bij de rondvraag naar voren gebracht worden, maar dat heeft dan wel tot gevolg “dat het bestuur in het defensief wordt gedrongen”.

Op de vergadering, waar bijna alle aandeelhouders aanwezig zijn, wordt niemand in het defensief gedrongen. Er is alleen een ‘hanging party’ georganiseerd voor Nico jr. In de beste traditie van de klassieke strips hebben de telefoonlijnen gegonsd, van Tilburg tot Enschede en van Hilversum tot Sneek. De “gaffe” van Nico is breed uitgemeten, afspraken zijn gemaakt en de posities zijn ingenomen. Het moment om openstaande rekeningen met Nico jr.te vereffenen lijkt te zijn aangebroken.

De vergadering is nog maar nauwelijks begonnen, of enkele aandeelhouders kunnen zich al niet meer inhouden! Het is eenieder bekend dat de nieuwbenoemde assistent belast is met de export (het is al langere tijd erg moeilijk gebleken een geschikte exportmanager aan te trekken) en al bij de bespreking van de vorige notulen vraagt mevrouw Ph.I.G. (tante Flippie) de Vries naar de verkoopontwikkeling in Frankrijk en “Hoe moet ik mij de omvang van het exportteam voorstellen?”

Gezegd moet worden dat deze tweelingzus van Nico jr.zich voor wat betreft het verloop van de vele aandeelhoudersvergaderingen onderscheidt door haar puntige vraagstelling en grote betrokkenheid (de tante Flippie’s van deze wereld worden vaak schromelijk onderschat). Maar bij deze gelegenheid heeft haar onderscheidingsvermogen toch het onderspit moeten delven, zij heeft het thuisgelaten.

Na een uitgebreid verslag van de directie over de gang van zaken en het gevoerde bestuur vraagt nu M.N. (Maarten) Lampe ing “waarom het toch zo moeilijk is een exportmanager te krijgen”. En met meer leedvermaak dan gezond verstand legt notulist (en mede-directeur) Fons de Vries een steekje onder water van broer Aloys vast: “het wezen van goed management is het vermogen om goede mensen aan te trekken. Bovendien: goed management trekt goede mensen aan”.

Enige tijd later, in een inleiding over de stand van zaken bij het onderzoek naar de verkoop van aandelen, brengt de president-commissaris de kwestie van de aanstelling van “neef” Paul aan de orde. Commissarissen Nouwen en De Groen struikelen over hun eigen benen om aandeelhouders er toch vooral van te doordringen dat zij “teugen” waren en zij leggen uit waarom zij de president-directeur toch zijn eigen beslissing hebben laten nemen. Daarna neemt oom Aloys het woord en doet, met een in bombast gedrenkte smartlap van een verhaal, een beroep op zijn broer Nico “Ik doe een beroep op mijn broer Nico om geen imperium na te streven”, hetgeen het opgeklopte sfeertje zowel als het zakelijke inzicht van de goede dokter aardig tekent.

Terwijl tante Flippie tussendoor korte plaagstootjes in de richting van commissarissen plaatst, vertelt broer Fons waarom hij zich tegen de benoeming heeft verzet, maar er dan toch maar weer mee akkoord gaat. Ook houdt mr Bakx een scheef verhaal, aan het eind waarvan hij eist dat de commissarissen hun verantwoordelijkheid nemen en de patstelling in de directie (die er volgens Fons dus niet is) oplossen.

Commissaris Nouwen zit “met de bill’n saamgekneep’n”: opnieuw doen de aandeelhouders rot tegen hem. Hij doet dus snel “een voorstel van orde”, "hij hoort nu zaken waarvan hij niet op de hoogte was" (?) en stelt voor om de discussie in de die middag te houden commissarisvergadering voort te zetten. De vergadering vindt dit een wijs voorstel.

Van de 23 aanwezigen is er een die met groeiende verbazing van deze ontwikkeling kennis neemt. Het is Leo Lampe en hij neemt krachtig stelling tegen de hele gang van zaken. Hij vindt de discussie over een commercieel medewerker niet op zijn plaats in een aandeelhoudersvergadering. Personeelsbeleid onder de positie van directeur is een aangelegenheid van de directie!

Opvallend is het zwijgen van een der aanwezigen, Sneker CDA-politica en ex-Streekziekenhuisvoorzitster Esther Lampe - de Vries, de moeder van Leo.